ECLI:NL:RBDHA:2020:14699
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake hoogte dwangsom bestuursrechtelijke uitspraak
Eisers, Syrische nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank Den Haag op 5 september 2019 een dwangsom vast wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Verweerder nam later een besluit waarin het bezwaar gegrond werd verklaard en stelde een dwangsom vast. Vervolgens werd dit dwangsombesluit ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit met een lagere dwangsom.
Eisers stelden beroep in tegen dit laatste dwangsombesluit. Tijdens de zitting verschenen zij niet, maar verweerder werd vertegenwoordigd. De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om te oordelen over de verschuldigdheid en hoogte van een door een rechtbank opgelegde dwangsom, omdat dit volgens artikel 8:55d lid 2 Awb en jurisprudentie exclusief tot de burgerlijke rechter behoort.
Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd mondeling gedaan op 19 november 2020 door rechter J.G. Nicholson in aanwezigheid van griffier C. ten Klooster.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom.