ECLI:NL:RBDHA:2020:1473
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag na zenden seksueel getinte berichten aan vrouwelijke collega's
Verzoeker is sinds 2002 militair bij de Koninklijke Marechaussee en werd geconfronteerd met een disciplinair onderzoek naar aanleiding van meldingen over het sturen van seksueel getinte berichten via social media aan vrouwelijke collega’s, waaronder ondergeschikten. Ondanks erkenning van de gedragingen, stelde verzoeker dat sprake was van wederkerigheid en dat de berichten buiten diensttijd waren verzonden.
De Sectie Interne Onderzoeken bracht een rapport uit waarin meerdere vrouwelijke medewerkers verklaarden zich geïntimideerd te voelen door de berichten, die ondanks verzoeken om te stoppen, werden voortgezet. Een psychiater stelde een ongespecificeerde parafiele stoornis vast en concludeerde een verminderde toerekenbaarheid, maar niet dat verzoeker de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag geheel niet kon inzien.
Verweerder verleende ontslag wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement, waarbij het organisatiebelang prevaleerde boven het belang van verzoeker bij baanbehoud. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was, dat de gedragingen toerekenbaar waren en dat het risico op recidive niet kon worden uitgesloten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens wangedrag wordt afgewezen.