ECLI:NL:RBDHA:2020:14786
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing mvv-aanvraag nareis wegens termijnoverschrijding
Op 8 februari 2018 diende eiser een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraag in voor nareis, welke door verweerder werd afgewezen wegens termijnoverschrijding. De eerste aanvraag uit 2016 was ingetrokken, waardoor de termijn van drie maanden niet werd veiliggesteld.
Eiser betoogde dat de intrekking onrechtmatig was omdat deze niet rechtsgeldig was gemachtigd en dat er sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat de intrekking door een medewerker van Vluchtelingenwerk Nederland rechtsgeldig was en dat verweerder terecht de aanvraag van 2018 als te laat beschouwde.
De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van het bestuursrechtelijke uitgangspunt dat een ingetrokken aanvraag als niet ingediend geldt. Ook was er geen verschoonbare termijnoverschrijding, mede omdat eiser en referent werden begeleid door VWN.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag nareis wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.