ECLI:NL:RBDHA:2020:14797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens niet-ontvankelijkheid beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 5 augustus 2020. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 26 augustus 2020, gelijktijdig met een andere zaak (NL20.15149). Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de rechtbank reeds op het beroep had beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet meer mogelijk was.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is en de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan.