ECLI:NL:RBDHA:2020:14815
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoeker, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 14 augustus 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Vanwege coronamaatregelen vond de behandeling van de zaak plaats via een Skype-verbinding, samen met een andere zaak met een vergelijkbaar onderwerp. Verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank reeds uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL19.15599), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier L.M. Kleijn, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen, maar wel bekendgemaakt op 14 september 2020.
Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.