Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 23 augustus 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 28 augustus 2020. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Verweerder beriep zich op bewaringsgronden waaronder 3a (niet op voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen) en 4c (geen vaste woon- of verblijfplaats). Eiser betwistte alle gronden, maar verweerder liet enkele gronden vallen tijdens de zitting.
De rechtbank oordeelde dat de gronden 3a en 4c voldoende waren toegelicht en gegrond waren. Eiser kon geen identiteitsdocument tonen en verklaarde zijn paspoort op zee te zijn kwijtgeraakt. Daarnaast leefde hij dakloos en zonder vaste verblijfplaats. Deze omstandigheden vormden een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.