ECLI:NL:RBDHA:2020:14833

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 augustus 2020
Publicatiedatum
14 juni 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 6701
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8:83 AwbArtikel 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Spanje onder COVID-19 omstandigheden

Verzoeker heeft op 20 februari 2020 een asielaanvraag ingediend, die niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn feitelijke overdracht aan Spanje gepland op 3 september 2020, mede vanwege de toegenomen coronabesmettingen en het gewijzigde reisadvies van geel naar oranje.

De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks de toename van coronagevallen in Spanje, dit niet leidt tot een onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor verzoeker bij overdracht. Verweerder heeft toegelicht dat overdrachten sinds 1 juli 2020 weer plaatsvinden met de veiligheid als uitgangspunt, en dat verzoeker zelf ook verantwoordelijk is om besmettingsrisico’s te beperken door de richtlijnen van de Spaanse autoriteiten te volgen.

Het gewijzigde reisadvies en de kleurcode oranje verhinderen de overdracht niet, aangezien het een reisadvies voor Nederlanders betreft en niet een oordeel over de bevoegdheid tot overdracht. De Dublinverordening vereist dat een Dublinclaimant binnen zes maanden wordt overgedragen, wat hier uiterlijk op 3 september 2020 moet gebeuren.

De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen de feitelijke overdracht geen redelijke kans van slagen heeft en dat de belangen van verzoeker niet zwaarder wegen dan die van verweerder. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Spanje wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/6701

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 augustus 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.J.C. van den Hoff),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: L. Mol).

Procesverloop

Verweerder heeft meegedeeld verzoeker op 3 september 2020 om 09.30 uur met vluchtnummer [vluchtnummer] over te dragen aan Spanje.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze feitelijke overdracht. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Omdat sprake is van onverwijlde spoed vanwege de geplande vlucht op 3 september 2020, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder het houden van een zitting [1] .
2. Verzoeker heeft op 20 februari 2020 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje op grond van de Dublinverordening hiervoor verantwoordelijk is. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep ongegrond verklaard [2] .
Verzoeker zou eigenlijk op 24 augustus 2020 worden overgedragen aan Spanje. Deze overdracht is niet doorgegaan, omdat verzoeker niet aanwezig was. Vervolgens heeft verweerder voor verzoeker een nieuwe vlucht geboekt voor 3 september 2020.
3. Verzoeker vindt dat van de overdracht moet worden afgezien. Hij verwijst naar het reisadvies van de Minister van Buitenlandse Zaken en voert aan dat de besmettingsgraad van het coronavirus in heel Spanje is toegenomen. De kleurcode is op 25 augustus 2020 aangepast van ‘geel’ naar ‘oranje’, wat betekent dat alleen naar Spanje kan worden gereisd als dat noodzakelijk is. Volgens verzoeker is zijn overdracht aan Spanje niet noodzakelijk. Als hij aan Spanje wordt overdragen loopt hij grote gezondheidsrisico’s.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de overdracht aan Spanje kan doorgaan. Uitgangspunt bij overdracht tussen de lidstaten is de veiligheid van de vreemdeling en van de lidstaten zelf. Volgens verweerder mag hij er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit gaan dat de Spaanse autoriteiten maatregelen nemen ter voorkoming van een verdere verspreiding van het coronavirus, ook ten aanzien van personen die in het kader van de Dublinverordening worden overgenomen. Dat het reisadvies is aangepast, maakt dit volgens verweerder niet anders. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst hij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 augustus 2020 [3] .
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om de overdracht van verzoeker op 3 september 2020 niet door te laten gaan. Het is zo dat het aantal coronagevallen in Spanje weer toeneemt. Dit betekent niet dat verzoeker bij overname aan Spanje een onaanvaardbaar gezondheidsrisico loopt. Verweerder heeft toegelicht dat sinds 1 juli 2020 de overdrachten op grond van de Dublinverordening weer zijn opgestart en dat hierbij de veiligheid voorop staat. Het is niet alleen de verantwoordelijkheid van de lidstaten om de veiligheid voorop te stellen. Verzoeker zelf heeft ook de verantwoordelijkheid om risico’s op besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Daartoe moet hij, net zoals hij dat in Nederland moet doen, de richtlijnen van de Spaanse autoriteiten in acht nemen. Niet valt in te zien dat verzoeker het besmettingsrisico niet tot aanvaardbare proporties zou kunnen terugbrengen. Er zijn geen concrete aanknopingspunten aangevoerd waaruit blijkt dat de Spaanse autoriteiten onvoldoende maatregelen nemen om het coronavirus in te dammen en verdere verspreiding te voorkomen, in het bijzonder voor personen die op grond van de Dublinverordening worden overgedragen. Laat staan dat hij in Spanje zal worden onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandelingen, zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM.
6. Het reisadvies van de Minister van Buitenlandse Zaken en de verandering van de kleurcode naar ‘oranje’, maakt ook niet dat overdracht niet mogelijk zou zijn. Uit de Dublinverordening volgt dat een Dublinclaimant wordt overgedragen zodra dit praktisch mogelijk is [4] . Het reisadvies van de Minister van Buitenlandse Zaken maakt niet dat de overdracht praktisch niet meer mogelijk is. Relevant is dat het een advies is aan Nederlanders over het reizen naar Spanje. Niet valt in te zien dat de Minister van Buitenlandse Zaken met dit advies een oordeel heeft willen geven over de bevoegdheid van verweerder om Dublinclaimanten over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Verder is van belang dat een Dublinclaimant binnen zes maanden na het claimakkoord moet worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat, in dit geval Spanje. Aangezien de Spaanse autoriteiten op 4 maart 2020 hebben ingestemd met terugname van verzoeker moet hij uiterlijk op 3 september 2020 worden overgedragen.
7. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat op grond van het dossier, zoals dat nu voorligt, het bezwaar tegen de feitelijke overdacht geen redelijke kans van slagen heeft.
8. Verder ziet de voorzieningenrechter in de belangen van verzoeker, afgezet tegen die van verweerder, geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Het verzoek wordt dan ook worden afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 31 augustus september 2020 door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De voorzieningenrechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, van 20 mei 2020 (NL20.8935).
3.NL20.15858, nog niet gepubliceerd.
4.Zie hiervoor artikel 29 van Pro de Dublinverordening.