ECLI:NL:RBDHA:2020:14841
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 juli 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 21 augustus 2020, gelijktijdig met de behandeling van de hoofdzaak (zaaknummer NL20.14752). Omdat de rechtbank op die datum reeds uitspraak had gedaan op het beroep, was het treffen van een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse in aanwezigheid van griffier M.L. Bressers en is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.