Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiser] , geboren [1968] , van Marokkaanse nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Familie- en gezinsleven met [A] (bestreden besluit I)
Eiser heeft zijn stelling, dat hij ook nu nog voor [A] zorgt en dat [A] niet zonder zijn zorg kan, niet onderbouwd met stukken. Ook is niet gebleken dat de zorg die [A] volgens eiser nodig heeft, alleen door eiser kan worden verricht en niet door derden, zoals door de oma van [A] of de broer van eiser. Ook de stelling van eiser dat hij financieel wordt onderhouden door zijn zoon, is niet onderbouwd met stukken. Met de stelling dat eiser en zijn zoon in het verleden veel hebben meegemaakt samen en dat zij daardoor een sterke band met elkaar hebben, heeft eiser niet aangetoond dat er tussen hem en [A] op dit moment sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De beroepsgrond van eiser slaagt niet.