Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd omdat er een concreet aanknopingspunt was voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico bestond dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken.
De vreemdeling, van Ethiopische nationaliteit, werd aangetroffen in de oplegger van een vrachtwagen in Nederland, nadat hij in België was ingestapt zonder geldige reisdocumenten. Hij had eerder een afgewezen asielaanvraag in Duitsland en had zich sindsdien niet bij officiële instanties gemeld. De rechtbank oordeelde dat deze feiten, samen met onbetwiste lichte gronden zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, de maatregel van bewaring rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier A.E. van Gestel op 15 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.