ECLI:NL:RBDHA:2020:14854
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Spanje
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke niet in behandeling is genomen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De reden hiervoor was dat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de behandeling van dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 17 november 2020 behandeld, waarbij verzoekster via een telefoonverbinding verscheen en werd bijgestaan door haar gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL20.18667) is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 19 november 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.