ECLI:NL:RBDHA:2020:14872
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden bevestigd
Eiseres, een Amerikaanse burger, had een verblijfsvergunning als partner van een Nederlander, welke per 1 april 2019 is ingetrokken vanwege het beëindigen van de relatie. Zij verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden, maar dit werd afgewezen omdat zij niet vijf jaar onafgebroken een verblijfsvergunning had en het inburgeringsexamen niet had gehaald.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de intrekking van haar verblijfsvergunning niet meer betwist. De aanvraag voor wijziging werd terecht afgewezen op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiseres voerde aan dat de afwijzing in strijd was met artikel 8 EVRM Pro omdat zij een privéleven in Nederland heeft opgebouwd, maar de rechtbank oordeelde dat zij geen bijzondere binding met Nederland heeft en dat terugkeer naar de Verenigde Staten niet onevenredig is.
De rechtbank nam mee dat eiseres een substantieel deel van haar leven in de VS heeft gewoond en dat zij zich daar kan handhaven. Ook het niet halen van het inburgeringsexamen werd als contra-indicatie gezien. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.