ECLI:NL:RBDHA:2020:14876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens eerdere bescherming in Italië ondanks coronaproblematiek
Eiser, van Tunesische nationaliteit, had eerder internationale bescherming gekregen in Italië en was in het bezit van een geldige verblijfsvergunning tot september 2014. De Italiaanse autoriteiten hebben bevestigd dat hij daar mag terugkeren. Eiser voerde aan dat vanwege de coronapandemie en persoonlijke omstandigheden terugkeer niet van hem verlangd kan worden en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke mogelijkheid van terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat verweerder adequaat is ingegaan op de coronagerelateerde bezwaren en dat de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit standpunt ondersteunt. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder de detentie van zijn zoon in Italië, leiden niet tot een andere beoordeling. Verweerder heeft een evenredige belangenafweging gemaakt en het besluit voldoende gemotiveerd.
Gezien het voorgaande is de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep is ongegrond.