ECLI:NL:RBDHA:2020:14904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van Afsluitregeling langdurig verblijvende kinderen
Eiseres, van Georgische nationaliteit, vroeg op 22 februari 2019 een verblijfsvergunning aan op grond van de Afsluitregeling langdurig verblijvende kinderen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarde dat zij ten minste vijf jaar vóór haar 18e levensjaar een asielaanvraag had ingediend. Eiseres had deze aanvraag pas op 3 februari 2012 ingediend, terwijl zij op dat moment 16 jaar was.
Eiseres stelde dat zij vanwege haar verblijf in Turkije zonder ouders tussen 2008 en 2011 en haar vluchtverleden toch aan de termijn zou moeten voldoen en dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 4:84 Awb Pro had moeten gebruiken om van het beleid af te wijken. Verweerder handhaafde zijn standpunt en zag geen aanleiding voor afwijking.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden van eiseres, waaronder haar verblijf in Turkije, niet meetellen bij de toetsing aan de vijfjaarstermijn en dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van zijn afwijkingsbevoegdheid. Ook eerdere procedures en uitreizen die volgens eiseres onjuist waren verlopen, vormden geen bijzondere omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de Afsluitregeling wordt ongegrond verklaard.