ECLI:NL:RBDHA:2020:14910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en bescherming Italië
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat het persoonlijk onderhoud onzorgvuldig was, dat hij niet veilig naar Italië kon terugkeren vanwege bedreigingen en mensenhandel, en dat Italië onvoldoende bescherming biedt.
De rechtbank oordeelde dat het telefonisch onderhoud met tolk, gegeven de coronamaatregelen, niet onzorgvuldig was en dat het verslag hiervan geen aanwijzingen gaf voor een slecht verloop. De rechtbank achtte het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing en vond dat verweerder mocht uitgaan van de bescherming door Italië. Eiser slaagde er niet in zijn stellingen te onderbouwen met voldoende bewijs.
De rechtbank concludeerde dat de beweringen over onvoldoende bescherming en kwetsbaarheid onvoldoende waren onderbouwd en dat de Italiaanse autoriteiten adequaat optreden tegen mensenhandel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.