ECLI:NL:RBDHA:2020:14940
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker is op 25 maart 2020 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 17 april 2020 heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen en de aanvraag buiten behandeling gesteld, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overweegt dat de beslissing te laat is genomen, waardoor het beroep terecht was ingesteld. Er was contact tussen verzoeker en zijn gemachtigde na registratie als met onbekende bestemming vertrokken (MOB) en voorafgaand aan het beroep. Artikel 4:17, zesde lid, onder b, Awb is niet van toepassing omdat het hier om een proceskostenvergoeding gaat en niet om een dwangsom.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 262,50 aan proceskosten, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de procedure en het inschakelen van professionele juridische hulp.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 262,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.