Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Een verklaring van [pychiater] , de behandelend psychiater van eiser, van 27 december 2019;
- een verklaring van GGZ Noord-Holland-Noord van 24 november 2019, inhoudende dat eiser vanaf 26 oktober 2019 is opgenomen;
- een verklaring van [therapeut] , osteopaat en sportfysiotherapeut, van 2 juli 2019, inhoudende dat bij de nabehandeling na een meniscusoperatie voor eiser een aantal mentaal emotionele aspecten meewegen, zoals een stabiele thuissituatie, waar duidelijkheid is over te nemen stappen;
- een verklaring van [vriendin] , psychologe/psychotherapeute te [woonplaats] , Italië;
- een verklaring van het [ziekenhuis] , Verenigde Staten, van 3 april 2019, met daarin een overzicht van de opnames van eiser in dit ziekenhuis.
Ter zitting is voorts een medische verklaring van 10 juni 2019 besproken.
Uit vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat de vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, in alle gevallen een vraag is van feitelijke aard. De beantwoording van die vraag is afhankelijk van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden.
Verweerder hanteert voor de beoordeling van dergelijke aanvragen werkinstructie 2019/15. In deze werkinstructie is onder mee het volgende opgenomen:
“
Medische omstandighedenSoms voert de vreemdeling aan dat het familie- of gezinsleven niet buiten Nederland kan worden uitgeoefend, omdat een van zijn gezinsleden afhankelijk is van medische zorg in Nederland. Betrek deze omstandigheden bij de vraag of het mogelijk is het familie- of gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. Je mag van de vreemdeling verwachten dat hij stukken overlegt waaruit blijkt dat sprake is van een medische of psychische aandoening, dat sprake is van een zekere mate van ernst, dat het gezinslid voor de aandoening onder behandeling staat en dat hij voor deze behandeling uitsluitend is aangewezen op Nederland. Ook mag van de vreemdeling worden verwacht dat hij een begin van bewijs aanlevert waaruit blijkt dat behandeling in het land van herkomst niet mogelijk is. Dat Nederland in algemene zin een hogere standaard qua medische zorg heeft doet daarbij niet ter zake. In voorkomende gevallen kan door tussenkomst van de medische landendesk van BMA en het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal ten aanzien van een aantal landen en ten aanzien van een aantal ziektes in algemene zin worden aangeven of er behandelmogelijkheden bestaan in het land van herkomst. Informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst kan in het kader van artikel 8 EVRM Pro worden opgevraagd als:- de vreemdeling een begin van bewijs overlegt waaruit blijkt dat de noodzakelijke medische behandeling niet aanwezig is in het land van herkomst (hierbij kan worden gedacht aan een rapportage van een openbare bron met betrekking tot de behandelmogelijkheden voor een bepaalde ziekte, of aan concrete informatie afkomstig van bijvoorbeeld een ziekenhuis); en- de vraag met betrekking tot de behandelmogelijkheden essentieel is voor de afhandeling van de zaak.Voor zover de vreemdeling stelt dat het familie- of gezinslid met de medische of psychische aandoening van hem afhankelijk is, kunnen de volgende elementen worden betrokken:1. de vraag of anderen de benodigde zorg van betrokkene kunnen overnemen2. de vraag of betrokkene de benodigde zorg ook in het land van herkomst kan bieden.”