ECLI:NL:RBDHA:2020:14973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot, een referent met een inkomen onder de norm, te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat het inkomen van de referent niet voldeed aan het middelenvereiste en het inkomen van eiseres niet duurzaam was.
Eiseres voerde aan dat verweerder ambtshalve had moeten toetsen of zij als gemeenschapsonderdaan op grond van het arrest Chavez-Vilchez rechtmatig verblijf kon verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat hiervoor geen aanknopingspunten waren, aangezien eiseres geen gemotiveerde gronden had aangevoerd en noch zij noch haar zoon in Nederland verbleven.
Daarnaast stelde eiseres dat verweerder haar had moeten horen vanwege het gezinsleven. De rechtbank stelde vast dat het bezwaar kennelijk ongegrond was omdat verweerder beschikte over volledige gegevens over de middelen van bestaan. Het enkele herhalen van eerdere bezwaren in beroep was onvoldoende om het besluit te vernietigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe op basis van de financiële situatie van eiseres. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.