Verzoekster, een Braziliaanse vrouw geboren in 1988, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 21 oktober 2020. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Op 13 november 2020 vond de zitting plaats waarbij verzoekster, bijgestaan door haar gemachtigde, en de gemachtigde van verweerder aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft in samenhang met de behandeling van het beroep geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is, mede omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.