ECLI:NL:RBDHA:2020:14992

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 november 2020
Publicatiedatum
17 augustus 2021
Zaaknummer
NL19.22292
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66a Vreemdelingenwet 2000Art. 8:57 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar ongegrond verklaard

Eiser, van Albanese nationaliteit, kreeg op 15 september 2019 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod van twee jaar. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om het onderzoek ter zitting achterwege te laten, wat door de rechtbank werd toegestaan.

Eiser voerde aan dat het inreisverbod niet gehandhaafd kon blijven omdat het samenhing met een vertrektermijn. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 het inreisverbod rechtmatig is opgelegd aan vreemdelingen die geen gemeenschapsonderdaan zijn en Nederland niet onmiddellijk hoeven te verlaten.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.22292

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Wiersma),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: D. Meier).

Procesverloop

Bij besluit van 15 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft verzocht het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en schriftelijk meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het achterwege laten van een zitting.
De rechtbank heeft hierom, met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Albanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1995] .
2. Eiser voert aan dat het door verweerder opgelegde inreisverbod niet in stand kan blijven, omdat dit is opgelegd tezamen met een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen.
3. De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit volgt dat verweerder eiser een vertrektermijn van 28 dagen heeft gegund om de Europese Unie te verlaten en hem een inreisverbod heeft opgelegd van twee jaren.
zaaknummer: NL19.22292 2
4. Op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kan
verweerder een inreisverbod uitvaardigen tegen de vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
zaaknummer: NL19.22292 3
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
12 november 2020
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. V.E. van der Does
Rechter
Rechtbank Midden-Nederland
L.M. Janssens - Kleijn
Griffier
Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.