ECLI:NL:RBDHA:2020:15012
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverwijzing naar Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de asielprocedure.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een verwante zaak (NL20.18956).
Na afweging heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is omdat de hoofdzaak al is behandeld en uitspraak is gedaan. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, en mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier, op 25 november 2020. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.