ECLI:NL:RBDHA:2020:15017
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Italië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de Dublin-verordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 10 november 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.18417) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 13 november 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure.