ECLI:NL:RBDHA:2020:15092
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak van Algerijnse verzoeker
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 30 oktober 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De zitting vond plaats op 24 november 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. Op dezelfde dag werd ook de hoofdzaak behandeld onder zaaknummer NL20.19100.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan.