ECLI:NL:RBDHA:2020:15093
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit afgewezen verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd bij besluit van 5 maart 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de werking van het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar, noch dat de Staatssecretaris bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Omdat partijen niet langer in geschil waren dat uitzetting van verzoeker moest worden voorkomen, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter verbood de uitzetting van verzoeker tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen.