ECLI:NL:RBDHA:2020:15108
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder aanwezigheid van eiser en zijn gemachtigde. De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Frankrijk. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit vertrouwensbeginsel in zijn geval niet kan worden toegepast.
Hoewel het AIDA-rapport 2019 problemen signaleert in de opvang in Frankrijk, zijn deze niet van dien aard dat sprake is van ernstige structurele tekortkomingen die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. Eiser heeft bovendien zelf verklaard niet naar het interview te zijn gegaan en heeft onvoldoende onderbouwd dat hij geen opvang zal ontvangen. De rechtbank volgt verweerder in zijn oordeel dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.