ECLI:NL:RBDHA:2020:15120
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens overdracht naar Italië
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Hij verzocht vervolgens om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat uitzetting kan uitstellen bij medische redenen. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris afgewezen omdat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd aangenomen dat Italië vergelijkbare medische zorg biedt.
Eiser stelde dat hij medische klachten heeft en dat de medische zorg in Italië door de coronapandemie ernstig is verslechterd, waardoor een overdracht een medische noodsituatie zou veroorzaken. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen medisch advies van het BMA heeft ingewonnen en dat een fit-to-fly beoordeling zal plaatsvinden voordat overdracht plaatsvindt.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen. De omstandigheden rondom de coronapandemie zijn onvoldoende om de medische situatie in Italië als ontoereikend te beschouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.