ECLI:NL:RBDHA:2020:15136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame en exclusieve relatie
Eiseres en haar minderjarige zoon hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als verblijfsdoel verblijf als familie- of gezinslid bij referent. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld door eiseres en referent te horen voorafgaand aan de beslissing. De hoorzitting was gerechtvaardigd om bewijs te verkrijgen over het bestaan van de gezinsband. De rechtbank stelt vast dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom hij tot het horen heeft besloten.
Eiseres heeft tegenstrijdigheden in de verklaringen toegelicht en aanvullende bewijsstukken overgelegd. Desondanks concludeert de rechtbank dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de relatie niet duurzaam en exclusief is, mede vanwege de verschillende verklaringen over belangrijke onderwerpen en het ontbreken van overtuigende uitleg.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.