ECLI:NL:RBDHA:2020:15139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid fraude- en afvalligheidsverhaal
Eiser, een Iraanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van een verhaal over fraude bij zijn werkgever, een aanval en inval door inlichtingendiensten, en zijn afvalligheid van de islam. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de kernonderdelen van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelde dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn positie bij de fraude, het onderzoek door een onafhankelijke commissie en de omstandigheden van de aanval en inval. Ook het verhaal over zijn afvalligheid werd onvoldoende overtuigend onderbouwd. De rechtbank volgde verweerder in de beoordeling dat deze elementen niet aannemelijk waren.
Eerder had de rechtbank Arnhem het eerdere besluit vernietigd vanwege procedurele tekortkomingen, maar na herbeoordeling bleef het negatieve besluit in stand. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag definitief afgewezen.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van het relaas.