Eiseres, een Marokkaanse vrouw, had een verblijfsvergunning als gezinslid bij haar ex-partner, die werd ingetrokken nadat de relatie was verbroken. Zij vroeg om wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden vanwege huiselijk geweld door haar ex-partner.
De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan het vereiste bewijs dat huiselijk geweld tot de feitelijke verbreking van de relatie had geleid. Eiseres overhandigde verklaringen, verblijf in vrouwenopvang en communicatie met politie, maar kon geen officiële documenten van aangifte overleggen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd zoals vereist in het beleid en de vreemdelingencirculaire. WhatsApp-berichten en een audiobericht waren onvoldoende of niet ingebracht. Ook was het niet onredelijk dat de staatssecretaris afzag van hoorplicht in bezwaar.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het strikte bewijsvereiste bij aanvragen op basis van huiselijk geweld binnen het vreemdelingenrecht.