ECLI:NL:RBDHA:2020:15170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens actuele bedreiging en tbs-maatregel
Eiser, een Duitse gemeenschapsonderdaan, werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een tbs-maatregel wegens poging tot doodslag gepleegd in 2017. Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst vanwege een actuele, ernstige bedreiging voor fundamentele belangen van de samenleving.
Eiser voerde aan dat het verblijfsrecht niet met terugwerkende kracht beëindigd kon worden en dat zijn psychische stoornissen en tbs-maatregel de dreiging wegnamen. De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht niet met terugwerkende kracht is beëindigd en dat de dreiging actueel en voldoende ernstig is, mede gelet op de voortzetting van de tbs-maatregel.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals zijn bindingen met Nederland en Duitsland en zijn gezondheidstoestand. De rechtbank vond dat verweerder deze aspecten voldoende heeft meegewogen en dat geen aanleiding bestond om het verblijfsrecht niet te beëindigen.
Eiser stelde dat minder vergaande maatregelen mogelijk waren, zoals een toetsing na afloop van de tbs-behandeling, maar de rechtbank vond dat deze niet doeltreffend zouden zijn gezien de ernst van de feiten en de actuele bedreiging.
Ten slotte voerde eiser aan dat de beëindiging van zijn verblijf in strijd was met zijn privéleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit zorgvuldig heeft afgewogen en dat geen sprake is van een onrechtmatige inbreuk. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard vanwege een actuele, ernstige bedreiging en voortzetting van de tbs-maatregel.