ECLI:NL:RBDHA:2020:15173
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardige afvalligheid en bekering uit Iran
Eisers, van Iraanse nationaliteit, hebben asiel aangevraagd op grond van afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom, met vrees voor vervolging bij terugkeer naar Iran. Verweerder wees de aanvragen af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de bekering en afvalligheid en het niet tijdig melden van hun asielverzoek.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is verricht ondanks het niet doorgaan van een aanvullend gehoor vanwege corona. Eisers konden hun verhaal tijdens het gehoor toelichten en maakten geen gebruik van schriftelijke aanvullingen. De late melding van het asielverzoek wordt niet als verschoonbaar gezien.
De geloofwaardigheid van de afvalligheid en bekering wordt getoetst aan de Werkinstructie 2019/18. De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in het proces van afvalligheid en bekering, blijft steken in algemene kritiek en oppervlakkige verklaringen. Ook de gestelde problemen met de familie van hun schoondochter, die banden zou hebben met Iraanse autoriteiten, worden niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank concludeert dat de beroepen ongegrond zijn en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verblijfsvergunningen worden niet toegekend.