ECLI:NL:RBDHA:2020:15183
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening behandeld samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL20.20469) tijdens de zitting op 15 december 2020. Verzoeker was telefonisch aanwezig met een waarnemer van zijn gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 december 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.