ECLI:NL:RBDHA:2020:15184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
Tijdens de zitting heeft eiser aangevoerd dat overdracht naar Duitsland zal leiden tot onmenselijke behandeling vanwege ernstige medische problemen en discriminatie. De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat dit niet geldt. Eiser heeft geen voldoende bewijs geleverd van structurele gebreken in het Duitse asiel- en opvangsysteem of dat hij in Duitsland geen medische zorg heeft ontvangen.
Ook de door eiser gestelde discriminatie en vernedering zijn niet voldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de omstandigheden niet zo bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.