ECLI:NL:RBDHA:2020:15218
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verordening
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening.
De zaak is behandeld op 22 december 2020, waarbij verzoeker niet aanwezig was wegens verhindering. De voorzieningenrechter heeft direct na de zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De afwijzing is gebaseerd op het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.21185), waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.