ECLI:NL:RBDHA:2020:15232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielvergunning wegens strafbare feiten en toepassing glijdende schaal
Eiser, afkomstig uit Soedan, kreeg een asielvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland. Verweerder trok deze vergunning in vanwege meerdere strafbare feiten, waaronder misdrijven die eiser tijdens zijn minderjarigheid beging, en paste daarbij de glijdende schaal toe zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser voerde aan dat de misdrijven tijdens minderjarigheid niet meegeteld mochten worden en dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals een verstandelijke beperking en gedragsstoornis. De rechtbank oordeelde echter dat de wet expliciet toestaat dat ook jeugdige misdrijven worden betrokken bij de beoordeling en dat verweerder voldoende gemotiveerd had dat eiser een actuele bedreiging vormt.
Verder stelde eiser dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was omdat niet duidelijk was naar welk land hij moest terugkeren. De rechtbank stelde vast dat verweerder Soedan als land van herkomst had aangewezen en dat het niet uitzetten van eiser geen afbreuk doet aan het terugkeerbesluit vanwege het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt, het belang van openbare orde zwaarder woog dan het privéleven van eiser, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te zien van intrekking. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de asielvergunning wordt ongegrond verklaard.