ECLI:NL:RBDHA:2020:15296
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Marokkaanse verzoekster
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 2 november 2020 als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in en verzocht zij tevens om een voorlopige voorziening. De behandeling van dit verzoek vond plaats op 17 november 2020, gelijktijdig met de behandeling van de hoofdzaak (zaaknummer NL20.19165).
De voorzieningenrechter overwoog dat nu de hoofdzaak reeds is beslist in een uitspraak van dezelfde datum, het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier L.M. Kleijn op 30 november 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.