Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen
, geboren op [2000] en [Naam]( [eiser 2] )
, geboren op [2004] , beiden van Ghanese nationaliteit,eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, beiden van Ghanese nationaliteit, vroegen via een referent een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan als gezinsleden. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat geen sprake zou zijn van beschermenswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
Na bezwaar en eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank, wees verweerder opnieuw af met als argument dat er onvoldoende emotionele en persoonlijke banden zijn tussen referent en eisers. Eisers stelden dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom de banden niet hecht zouden zijn en leverden aanvullende bewijsstukken zoals WhatsApp-berichten, spraak- en videogesprekken en financiële ondersteuning.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet alle bewijsstukken had betrokken en onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen beschermenswaardig gezinsleven zou zijn. Uit de feiten bleek dat referent al lange tijd financiële verantwoordelijkheid draagt, regelmatig contact onderhoudt via WhatsApp en meerdere bezoeken bracht, ook na het overlijden van de moeder van eisers.
De rechtbank concludeerde dat er wel degelijk sprake is van beschermenswaardig gezinsleven tussen referent en eisers en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook andere toelatingsvoorwaarden moeten worden beoordeeld. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens het bestaan van beschermenswaardig gezinsleven.