Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 5 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet (Vw 2000), in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000. Ook wordt eiseres geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 in onderlinge samenhang bekeken met artikel 3.6ba, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Evenmin wordt eiseres uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 in onderlinge samenhang bekeken met artikel 6.1e van het Vb 2000.
Overwegingen
typically not including China) or seeking asylum in a third country may result in not being entitled to normal access to benefits as a North Korean defector” (
onderstreping rechtbank). Dit betekent echter niet dat het langdurige verblijf van eiseres in een derde land (in dit geval: China) of haar asielaanvraag in Nederland in het geheel geen gevolgen kan hebben voor de ondersteuning en bescherming die zij onder de Protection Act heeft. Uit (pagina 6 van) het thematisch ambtsbericht blijkt immers dat de ondersteuning en bescherming die Noord-Koreaanse vluchtelingen hebben onder de Protection Act, op grond van artikel 9 van Pro deze act
kanworden ingeperkt, bijvoorbeeld wanneer een vluchteling langer dan tien jaar in een derde land heeft gewoond. Dat dit voor eiseres ook het geval zal zijn, is de vraag: in het thematisch ambtsbericht staat in dit verband dat “de screening [door de Zuid-Koreaanse inlichtingendiensten] na aankomst in Zuid-Korea [dat] moet […] uitwijzen”. Deze passage ondersteunt naar het oordeel van de rechtbank het standpunt van verweerder dat in het geval van eiseres de ondersteuning en beperking onder de Protection Act
kanworden ingeperkt, maar dat deze beperking kennelijk geen automatisme is. Anders dan eiseres is de rechtbank van oordeel dat op dit punt geen sprake is van invulling door verweerder.
basissteun die nodig is om normaal te kunnen functioneren in de Zuid-Koreaanse samenleving: ze verblijven net als anderen in Hanawon-centra en hebben recht op een beroepsopleiding. Ook hebben ze recht op bescherming, indien nodig” (
onderstreping rechtbank). De stelling van eiseres dat het thematisch ambtsbericht geen daadwerkelijk concrete informatie geeft over wat dit in de praktijk betekent, wat deze basissteun inhoudt en wat of hoeveel de basissteun minder is dan bijvoorbeeld de steun die eiseres zou krijgen zonder dat haar beperkingen worden opgelegd, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Dat geldt ook voor de stelling van eiseres dat in het thematisch ambtsbericht (op pagina 6) staat dat tegen het besluit om artikel 9 van Pro de Protection Act toe te passen administratief bezwaar en beroep openstaat, maar dat deze rechtsmiddelen slechts zelden tot gevolg hebben dat een besluit wordt teruggedraaid. Voor zover de ondersteuning en bescherming van eiseres bij verblijf in Zuid-Korea op grond van artikel 9 van Pro de Protection Act wordt ingeperkt, blijft zij immers - als overwogen - de basissteun ontvangen die nodig is om normaal te kunnen functioneren in de Zuid-Koreaanse samenleving.
Voor zover eiseres betoogt dat zij in Zuid-Korea mogelijk wordt veroordeeld voor de moord die zij in Noord-Korea heeft gepleegd en ten gevolge daarvan een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM overweegt de rechtbank dat uit (pagina 5 van) het thematisch ambtsbericht blijkt dat het Zuid-Koreaanse Openbaar Ministerie weliswaar rechtsmacht heeft over in Noord-Korea begane misdrijven, maar dat vervolging in de praktijk enkel plaatsvindt wanneer zowel verdachte als slachtoffer zich in Zuid-Korea bevinden en dat het zelfs in die gevallen zelden tot een veroordeling komt. Nu het slachtoffer van de door eiseres (in 1998) begane moord zich in Noord-Korea bevindt, ligt het niet voor de hand dat eiseres in Zuid-Korea zal worden veroordeeld voor de moord op het slachtoffer. Voor dit oordeel vindt de rechtbank steun in het thematisch ambtsbericht, waarin (ook op pagina 5) staat dat een Noord-Koreaan niet alleen op basis van zijn eigen verklaringen strafrechtelijk kan worden veroordeeld en dat het daarom heel moeilijk is om een veroordeling te krijgen, bijvoorbeeld voor personen die iemand zouden hebben gedood in Noord-Korea. Zelfs Noord-Koreaanse documenten worden niet zomaar geaccepteerd door de Zuid-Koreaanse rechtbank.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 2.618,- (wegens kosten van rechtsbijstand), te vergoeden aan eiseres.