Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het op 28 januari 2020 ingekomen verzoekschrift,
- de antwoordbrief van [verweerster] van 9 februari 2020,
- het e-mailbericht van [Naam] namens [verweerster] van 6 juli 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De curator in het faillissement van de eigenaar van een woning verzoekt de rechtbank om machtiging om de woning te gelde te maken op grond van artikel 3:174 BW Pro. De woning is voor de helft eigendom van de gefailleerde en voor de andere helft van zijn ex-echtgenote, die niet meer in de woning woont en niet bijdraagt aan de lasten.
De curator stelt dat de ex-echtgenote haar medewerking aan de verkoop heeft ingetrokken en weigert mee te werken, terwijl de gefailleerde de lasten alleen draagt en de woning moet worden verkocht om de schuldeisers te voldoen. De ex-echtgenote voert verweer, maar verschijnt niet ter zitting en onderbouwt haar standpunt onvoldoende.
De rechtbank oordeelt dat de curator een gewichtige reden heeft om de woning te verkopen en wijst het verzoek toe. De machtiging wordt verleend zonder dat de ex-echtgenote invloed krijgt op de keuze van de makelaar. Hiermee kan de curator de woning verkopen ten behoeve van de schuldeisers van de gefailleerde.
Uitkomst: De rechtbank machtigt de curator tot verkoop van de woning ondanks het verzet van de ex-echtgenote.