Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:15509

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2020
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
C-09-587422-HA RK 20-58
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:174 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging curator tot verkoop woning in faillissement ondanks verzet ex-echtgenote

De curator in het faillissement van de eigenaar van een woning verzoekt de rechtbank om machtiging om de woning te gelde te maken op grond van artikel 3:174 BW Pro. De woning is voor de helft eigendom van de gefailleerde en voor de andere helft van zijn ex-echtgenote, die niet meer in de woning woont en niet bijdraagt aan de lasten.

De curator stelt dat de ex-echtgenote haar medewerking aan de verkoop heeft ingetrokken en weigert mee te werken, terwijl de gefailleerde de lasten alleen draagt en de woning moet worden verkocht om de schuldeisers te voldoen. De ex-echtgenote voert verweer, maar verschijnt niet ter zitting en onderbouwt haar standpunt onvoldoende.

De rechtbank oordeelt dat de curator een gewichtige reden heeft om de woning te verkopen en wijst het verzoek toe. De machtiging wordt verleend zonder dat de ex-echtgenote invloed krijgt op de keuze van de makelaar. Hiermee kan de curator de woning verkopen ten behoeve van de schuldeisers van de gefailleerde.

Uitkomst: De rechtbank machtigt de curator tot verkoop van de woning ondanks het verzet van de ex-echtgenote.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/587422 / HA RK 20-58
Beschikking van 16 juli 2020
in de zaak van
[de curator](hierna: de curator)
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [Naam] (hierna: [Naam] ),
kantoorhoudende te [plaats 1] , gemeente [gemeente] ,
verzoeker,
advocaat mr. M. Meijer te Naaldwijk, gemeente Westland ,
en
[verweerster](hierna: [verweerster] ),
wonende te [plaats 2] ,
verweerster.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het op 28 januari 2020 ingekomen verzoekschrift,
  • de antwoordbrief van [verweerster] van 9 februari 2020,
  • het e-mailbericht van [Naam] namens [verweerster] van 6 juli 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op
9 juli 2020. Verschenen zijn de curator en mr. Meijer.

2.Het verzoek

2.1.
De curator verzoekt de rechtbank hem te machtigen om een gewichtige reden als bedoeld in artikel 3:174 BW Pro om de woning staande en gelegen te [postcode+plaats] aan de [adres] , kadastraal bekend als ’ [plaats 2] [nummer] (verder te noemen: de woning), te gelde te maken. De curator voert daartoe – samengevat – het volgende aan.
2.2.
De woning behoort voor de onverdeelde helft toe aan [Naam] . De andere onverdeelde helft behoort in eigendom toe aan [verweerster] , zijn ex-echtgenote. De woning wordt op dit moment bewoond door [Naam] , [verweerster] woont elders. Voor de aankoop van de woning hebben [Naam] en [verweerster] gezamenlijk een hypothecaire lening afgesloten ter hoogte van € 394.000,--. De maandlasten bedragen € 1.054,59. [Naam] en [verweerster] zouden hun medewerking verlenen aan verkoop van de woning. [verweerster] tekende daartoe een volmacht waarin zij de curator volmacht verleende om datgene te doen dat noodzakelijk is met betrekking tot de taxatie en verkoop van de woning. De woning is daarop getaxeerd en de marktwaarde is ingeschat op een bedrag van € 445.000,--. Mede na overleg met [Naam] en [verweerster] is toen besloten een vraagprijs van
€ 539.000,-- te hanteren. De WOZ-waarde bedraagt momenteel € 470.000,--.
Nadat de vraagprijs was vastgesteld, is de makelaar opdracht verstrekt om de woning in de verkoop te zetten. [Naam] was echter niet meer bereid om mee te werken aan de verkoop. Vervolgens heeft [verweerster] bij brief van 16 september 2019 haar volmacht ingetrokken. Ook anderszins is zij niet meer bereid om haar medewerking te verlenen. De curator ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan de rechtbank om machtiging te verzoeken. Het aandeel van [Naam] in de woning valt in de faillissementsboedel. Het behoort tot de taken van de curator om tot het vermogen van gefailleerde [Naam] behorende activa, zoals de woning, ten behoeve van diens schuldeisers te verzilveren ter uitkering van de geliquideerde opbrengst aan de schuldeisers, die tot op heden tot in totaal een bedrag ad
€ 909.045,03 een vordering hebben ingediend c.q. kenbaar gemaakt in het faillissement. [verweerster] heeft geen (gerechtvaardigd) belang om de verkoop van de woning tegen te houden. Zij heeft de woning sinds 2014 verlaten, ontvangt een bijstandsuitkering en draagt niet bij aan de hypothecaire maandlasten. Gezien haar financiële positie is er ook geen enkel perspectief dat zij zelf de woning zou kunnen betrekken. [Naam] draagt al jaren de hypothecaire lasten alleen, terwijl vast staat dat zowel [verweerster] als [Naam] niet in staat zijn om aan de hypothecaire verplichtingen uit eigen middelen te voldoen. [Naam] draait daarnaast ook op voor de kosten voor onderhoud en beheer van de woning. [Naam] is niet in staat de lasten van de woning zelfstandig op te brengen. Nieuwe schulden mag hij echter niet maken. Daar komt bij dat [Naam] het naar zijn schuldeisers toe verplicht is om goedkoper te gaan wonen. Bovendien dient de overwaarde van de woning te gelde worden gemaakt ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers.
2.3.
Bij antwoordbrief van 9 februari 2020 heeft [verweerster] te kennen gegeven verweer te voeren tegen het verzoek. Bij e-mailbericht van 6 juli 2020 heeft [Naam] namens [verweerster] bericht dat zij vanwege privéredenen niet ter zitting aanwezig kan zijn. Zij heeft daarbij aangegeven dat, voor zover de rechtbank zal besluiten dat zij de machtiging aan de curator moet teruggegeven, zij samen met [Naam] een makelaar wil kiezen die het verkooptraject voor hen zal begeleiden.

3.De beoordeling

3.1.
[verweerster] is ter zitting niet verschenen noch heeft zij anderszins haar verweer onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat de door de curator aangevoerde gronden, die door [verweerster] niet althans onvoldoende zijn weersproken, een gewichtige reden vormen als bedoeld in artikel 3:174 lid 1 BW Pro en zal het verzoek daarom toewijzen. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarbij te bepalen dat de keuze van de makelaar aan [verweerster] wordt gelaten.

4.De beslissing

De rechtbank machtigt [de curator] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [Naam] , om de woning aan de [adres] te [postcode+plaats] te gelde te maken.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2020. [1]

Voetnoten

1.type: 201