Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
de minderjarigen [eiser 2]en
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 6],
[eiser 7],
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben asielaanvragen ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling zijn genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eisers betoogden dat de opvangomstandigheden in Spanje slecht zijn en dat zij vrezen voor schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU. Zij stelden dat hun situatie complex is en dat de Staatssecretaris de aanvragen toch had moeten behandelen.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat Spanje zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Eisers konden in Spanje een asielaanvraag indienen en zich melden bij een opvanglocatie. Verweerder heeft zijn besluit voldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.