ECLI:NL:RBDHA:2020:1593
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij urgentieverklaring
Verzoekster huurt sinds november 2018 vier kamers in een woning met gedeelde voorzieningen en heeft in augustus 2019 een urgentieverklaring aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet voldaan is aan de vereisten van de Huisvestingsverordening, onder andere omdat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem en verzoekster niet actief genoeg heeft gereageerd op woningaanbod.
Verzoekster stelde dat zij de woonruimte op korte termijn moet verlaten en met haar kinderen dakloos dreigt te worden, onderbouwd met app-berichten over een huurachterstand en dreiging van ontruiming. De voorzieningenrechter constateerde echter dat uit deze berichten niet blijkt wanneer een ontruiming aan de orde is en dat verzoekster zelf geen duidelijkheid kon geven over de stand van zaken in de procedure.
Het college gaf aan dat verzoekster zich in geval van dakloosheid kan wenden tot de noodopvang. Gezien deze omstandigheden is het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.