Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
Ik heb zijn broertje meegenomen. Ik heb hem in de kofferbak gedaan.’. [slachtoffer] is het broertje van [medeverdachte 2] met wie de broertjes [verdachte] kennelijk een ruzie hebben. Dat [slachtoffer] volgens zijn eigen verklaring niet in de kofferbak is meegenomen, maar op de achterbank leidt niet tot een ander oordeel, omdat in dat tapgesprek in de kerngenomen wordt verklaard dat ze hem hebben meegenomen. Daarnaast vindt de lezing van [slachtoffer] steun in de verklaring van [medeverdachte 2] en het aantreffen van de Ford Fiesta op [adres 2] . Dat de telefoon van [slachtoffer] daadwerkelijk is weggenomen gedurende dit incident en vervolgens is gebruikt, vindt ook bevestiging in genoemde tapgesprekken. Daarin wordt immers gesproken over “
Je hebt de tele van die kleine.” en ”
Ja ik heb de hele tele ik heb alles van vader van zijn moeder noem maar op”. De rechtbank begrijpt hieruit dat met ‘
tele’ telefoon wordt bedoeld en dat met ‘
die kleine’ [slachtoffer] wordt bedoeld, omdat hij het jongere broertje van [medeverdachte 2] is.
Ik zei meneer [naam] u weet toch dat uw zoon [medeverdachte 2] hard drug verkoopt? Toen was ie stil.“ De rechtbank overweegt verder dat de ten laste gelegde geweldshandelingen steun vinden in het letsel van [slachtoffer] , de verklaring van zijn vader en de tapgesprekken waarin wordt gemeld dat er geweld is gebruikt. Tot slot zijn op [adres 2] de oplaadkabel en de gereedschappen aangetroffen waarover [slachtoffer] over spreekt met bovendien met op de wieldopsleutel het DNA van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [slachtoffer] .
heeftgehouden, door die [slachtoffer] :
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
24 (vierentwintig) maanden;