Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
tezamen en in vereniging met een ander of anderenop of omstreeks 6 mei 2019 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans een of meer perso(o)n(en)
tezamen en in vereniging met een ander of anderenop of omstreeks 6 mei 2019 te Leiden [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen een (aantal) kogel(s) af te vuren op of in de richting, althans in de directe nabijheid
en/of te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of (dreigend) een/het vuurwapen door te ladenvan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;
3.Vrijspraak en bewijsoverwegingen
-onder de tap is gezet.
Straks wordt ik opgepakt ik heb ze geschoten en zo’. De rechtbank gaat ervan uit dat het [slachtoffer 1] geweest is die dit heeft gezegd. Immers, de twee telefoongesprekken die op 8 mei 2019 verspreid over de dag zijn gevoerd, zijn allebei met de telefoon gevoerd die bij zijn aanhouding is aangetroffen. Dat het iemand anders is geweest die de telefoon van [slachtoffer 1] heeft gebruikt, zoals [slachtoffer 1] bij de politie heeft verklaard, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Bovendien zegt de beller dat hij eergisteren iemand heeft meegenomen in een kofferbak. Nu de rechtbank bewezen heeft verklaard dat [slachtoffer 1] twee dagen ervoor [medeverdachte] in een auto heeft ontvoerd, gaat de rechtbank ervan uit dat het [slachtoffer 1] zelf is geweest die deze telefoongesprekken op 8 mei 2019 heeft gevoerd.
te weten eencontant geldbedrag ad Eur 12.200,38, voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat dit voorwerp, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig eigen misdrijf.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
culpa in causa. Het handelen van [verdachte] was enkel en alleen gericht op eigenrichting.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde: