ECLI:NL:RBDHA:2020:1685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens hechtingsproblematiek en opvoedvaardigheden moeder
De zaak betreft een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2017, ingediend door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. De kinderrechter had reeds op 5 december 2019 een voorlopige machtiging verleend tot plaatsing in een pleegzorgvoorziening tot 5 maart 2020.
Tijdens de zitting van 13 februari 2020 is het verzoek tot voortzetting van de uithuisplaatsing besproken. De gecertificeerde instelling stelt dat het toekomstperspectief van de minderjarige niet bij de moeder ligt vanwege haar beperkte opvoedvaardigheden en hechtingsproblematiek bij het kind. De moeder betwist dit en stelt dat zij in staat is een veilige en gestructureerde opvoeding te bieden, mede gezien haar medewerking aan hulpverlening en positieve observaties tijdens begeleide bezoeken.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing aanwezig zijn, gezien de kwetsbaarheid van de minderjarige en zijn hechtingsproblematiek. Omdat het huidige crisispleeggezin geen langdurige opvang kan bieden, wordt de voorkeur gegeven aan terugplaatsing bij de moeder per 31 maart 2020, onder strikte voorwaarden en met een onafhankelijk perspectiefonderzoek. De moeder moet meewerken aan het onderzoek en intensieve hulpverlening, en openheid geven over haar relatie met de vader. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot meer of andersluidende maatregelen wordt afgewezen.
Uitkomst: De kinderrechter machtigt de uithuisplaatsing tot 31 maart 2020 en bepaalt terugplaatsing bij de moeder onder voorwaarden.