ECLI:NL:RBDHA:2020:1688
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering verbod overdracht tenuitvoerlegging gevangenisstraf aan Polen
Eiseres, een Poolse nationaliteit houdende vrouw, is in Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens doodslag. De Staat heeft de overdracht van de tenuitvoerlegging van deze straf aan Polen bevolen op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS).
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze overdracht en tegen het beëindigen van haar EU-verblijfsrecht, maar deze bezwaren zijn door verschillende instanties ongegrond verklaard. Zij vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden de overdracht uit te voeren en dat haar verzoek tot strafonderbreking wordt heroverwogen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de civiele rechter niet bevoegd is om in te grijpen in deze aangelegenheden, omdat er reeds passende rechtsmiddelen zijn benut in de bijzondere kamer van het gerechtshof en de beroepscommissie van de RSJ. Ook het subsidiaire verzoek tot opschorting en het inwinnen van informatie over het Poolse strafrecht worden afgewezen.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: Het gevorderde verbod op overdracht van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf aan Polen wordt geweigerd.