ECLI:NL:RBDHA:2020:1755
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning voor slachtoffer mensenhandel onder Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden als slachtoffer van mensenhandel. De aanvraag werd afgewezen omdat de Dublinverordening van toepassing is en Italië verantwoordelijk is voor de aanvraag. Het Openbaar Ministerie heeft Nederland geen rechtsmacht toegekend, waardoor geen strafrechtelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt.
Eiser betoogde dat zijn aanvraagdatum eerder moest worden vastgesteld vanwege trage verwerking door de autoriteiten en dat hij inmiddels een privéleven in Nederland heeft opgebouwd. De rechtbank oordeelde dat de aanvraagdatum conform het beleid wordt vastgesteld op het moment dat het M55-formulier door politie of KMar wordt doorgestuurd en dat het ontbreken van strafrechtelijk onderzoek in Nederland uitsluit dat aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning wordt voldaan.
Verder werd overwogen dat eiser de stelling van een beschermd privéleven onvoldoende onderbouwde en dat hij de mogelijkheid heeft om in Italië aangifte te doen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.