ECLI:NL:RBDHA:2020:1771

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2020
Publicatiedatum
2 maart 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2606
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening rolstoel

Verzoeker had een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer om zijn elektrische rolstoel niet op te halen. Tijdens de procedure trok verzoeker het verzoek in nadat de rolstoel alsnog werd opgehaald. Verzoeker vroeg vervolgens om een proceskostenveroordeling van verweerder.

De rechtbank onderzocht of sprake was van tegemoetkomen, waarbij het bestuursorgaan de gevraagde voorlopige maatregel treft op de gronden van het verzoek. Uit stukken bleek dat het ophalen van de rolstoel niet voortkwam uit het verzoek om voorlopige voorziening, maar uit een dreigement van verzoeker.

Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat geen sprake was van tegemoetkomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 4 maart 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan de rolstoel ophaalde op andere gronden dan het verzoek om voorlopige voorziening.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 19/8054

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: I.M. Martens),
en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rietkerk).

Procesverloop

Bij e-mail van 9 december 2019 heeft de Wmo-consulent van verzoeker, aan verzoeker medegedeeld dat zijn elektrische rolstoel niet bij hem wordt opgehaald.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft bij brief van 10 februari 2020 diens verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken omdat verweerder bij hem de rolstoel heeft opgehaald, en daarbij gelijktijdig gevraagd verweerder in de proceskosten te veroordelen. Verweerder heeft bij brief van 17 februari 2020 op het verzoek om een proceskostenveroordeling gereageerd.
2. Ingevolge artikel 8:84, vijfde lid, juncto artikel 8:75a, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoet gekomen en, indien daar bij de intrekking om is verzocht, verweerder bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van zijn verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken.
3. Het begrip ‘tegemoetkomen’ moet restrictief worden uitgelegd, in die zin dat er een relatie moet zijn tussen de gronden van het verzoekschrift en de handeling waarmee het bestuursorgaan alsnog de wensen van de indiener van het verzoekschrift honoreert. Van tegemoetkomen is sprake als het bestuur de door de indiener van het verzoekschrift gevraagde voorlopige maatregel treft, tenzij het dit kennelijk doet op andere gronden dan de indiener van het verzoekschrift heeft aangevoerd.
4. Blijkens de door verweerder in reactie op het verzoek om proceskostenveroordeling ingebrachte stukken heeft de gemachtigde van verzoeker op 5 februari 2020 om 22:40 uur een e-mail aan verweerder verzonden, waarin hij opnieuw verzoekt de rolstoel op te halen en onder meer schrijft:
“Bij een weigering of het achterwege blijven van een positief antwoord uiterlijk
morgen om 12:00 uur, acht cliënt zich volledig vrij om de YouQ Alex uit zijn woning te verwijderen.”
Verweerder voert aan dat dit dreigement aanleiding was de rolstoel op te laten halen omdat niet akkoord werd gegaan met het buiten de deur zetten daarvan.
5. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het ophalen van de rolstoel niet het gevolg was van het verzoek om voorlopige voorziening. Verweerder heeft de gevraagde voorlopige maatregel daarmee getroffen op andere gronden dan door verzoeker aangevoerd. Van tegemoetkomen is daarom geen sprake.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.E.M. de Coninck, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M. Kaan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.