ECLI:NL:RBDHA:2020:1772
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek urgentieverklaring wegens eigen keuze woonruimte en onvoldoende bijzondere omstandigheden
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring vanwege haar moeilijke woonsituatie, waarbij zij met haar baby en twee kinderen bij haar ouders woont, terwijl haar vader ernstig dement is. Verweerder wees het verzoek af omdat eiseres niet buiten eigen schuld binnen drie maanden andere woonruimte behoeft, mede omdat zij er in 2016 zelf voor koos bij haar ouders te gaan wonen terwijl zij op de hoogte was van de dementie van haar vader.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen en dat niet was aangetoond dat eiseres niet elders tijdelijk had kunnen verblijven. Hierdoor werd niet toegekomen aan de vraag of sprake was van een levensbedreigende of levensontwrichtende situatie.
De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat verweerder een terughoudend beleid voert gezien de schaarste aan sociale woningen en de situatie van eiseres niet zodanig bijzonder was ten opzichte van andere woningzoekenden.
Nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van buiten eigen schuld ontstane urgentie.