Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van18 februari 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. R.L. de Vries),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
[A] en [B] verschenen.
Beslissing
Overwegingen
28 april 2015 geoordeeld dat voornoemde intrekking terecht was. Het hoger beroep tegen die uitspraak is ingetrokken. De [religieuse organisatie] heeft een aanvraag ingediend om als ANBI te worden aangemerkt, maar op deze aanvraag is afwijzend beschikt. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep tegen deze beslissing ongegrond verklaard op 25 november 2016.
€ 43.493 is gecorrigeerd. Met dagtekening 22 april 2016 is de aanslag IB/PVV 2014 opgelegd conform de ingediende aangifte.
(vlg. Hoge Raad 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:743). De stelling van eiser dat bij het indienen van de aangifte sprake was van een pleitbaar standpunt faalt, gezien hetgeen hierna onder 15. en verder is overwogen.
28 april 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:2295, r.o. 13). De goedkeuring waarop eiser zich beroept is dus niet van toepassing.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
18 februari 2020.