ECLI:NL:RBDHA:2020:1861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging termijn en dwangsom
Eiser heeft op 1 mei 2019 een asielaanvraag ingediend waarop verweerder niet tijdig heeft beslist, waardoor eiser op 2 december 2019 beroep instelde wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden is overschreden en dat verweerder geen besluit heeft genomen.
Verweerder gaf aan dat door hoge instroom en complexere zaken de beslistermijn niet gehaald kon worden en vroeg om een termijn van acht weken voor het inplannen van een eerste gehoor. De rechtbank oordeelt dat dit geen voldoende concrete duidelijkheid biedt en legt daarom een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000 bij overschrijding.
De rechtbank acht de omstandigheden bijzonder in de zin van artikel 8:55d Awb, maar ziet geen reden om een langere termijn te geven. De proceskosten van eiser worden vastgesteld op €525. De uitspraak is gedaan door rechter M.M.L.A.T. Doll en griffier L. el Ouardiji op 28 januari 2020.
Uitkomst: De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor besluitvorming op de asielaanvraag met een dwangsom bij overschrijding.